Gepubliceerd op: 13 augustus 2026
Geschreven door

Ja, je kunt burn-outklachten hebben terwijl je nog gewoon werkt. Dat je iedere ochtend opstaat, naar je werk gaat en je taken uitvoert, betekent niet automatisch dat je nog voldoende belastbaar bent of goed herstelt.
Sommige mensen blijven lange tijd functioneren terwijl de klachten ondertussen toenemen. Ze leveren hun werk misschien nog af, maar hebben daar steeds meer energie voor nodig. Het herstel verschuift naar de avonden, weekenden en vakanties, totdat ook die niet meer voldoende zijn.
Wetenschappelijk onderzoek kent hiervoor ook het begrip presenteeism: blijven werken terwijl gezondheidsklachten je functioneren eigenlijk al beperken. Onderzoek laat zien dat dit samengaat met uitputting en verminderd functioneren op het werk.
Een burn-out betekent niet dat je lichaam op een bepaald moment simpelweg een schakelaar omzet en je vanaf die dag niets meer kunt. Overbelasting kan zich geleidelijk ontwikkelen. Misschien lukt het je nog om op je werk te functioneren omdat daar structuur is, omdat anderen op je rekenen of omdat je gewend bent door te gaan. Je concentreert je op wat noodzakelijk is en zet daar een groot deel van je beschikbare energie voor in. Aan de buitenkant kan daardoor lange tijd weinig te zien zijn.
Het verschil merk je soms vooral buiten je werk. Je komt thuis en hebt nergens meer energie voor. Je hebt stilte nodig. Koken voelt als een enorme opgave. Je reageert sneller geïrriteerd op je partner of kinderen. Sociale afspraken worden steeds vaker iets waar je tegenop ziet. In het weekend heb je vooral behoefte om bij te komen. Werk lukt dan nog, maar de prijs die je ervoor betaalt wordt steeds hoger. Dat is belangrijk, want onderzoek onder werkenden laat zien dat uitputting samenhangt met beperkingen in zowel het werk als het emotionele, lichamelijke en sociale functioneren.
Nee.
Wel of niet werken is op zichzelf geen criterium waarmee je kunt bepalen of iemand een burn-out heeft.
In de Nederlandse huisartsenrichtlijn wordt burn-out beschouwd als een ernstige vorm van overspanning. Daarbij bestaan de klachten minimaal zes maanden en staan moeheid en uitputting sterk op de voorgrond. De beoordeling gaat dus over het geheel van klachten en functioneren, niet simpelweg over de vraag of iemand nog naar zijn werk gaat. Internationaal wordt het begrip iets anders gebruikt. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beschrijft burn-out als een werkgerelateerd fenomeen als gevolg van chronische werkstress die onvoldoende is opgevangen. Uitputting, mentale afstand tot het werk en verminderde professionele effectiviteit staan daarin centraal. De WHO classificeert burn-out niet als een medische aandoening. Het is dus heel goed mogelijk dat je nog werkt terwijl je al aanzienlijke klachten hebt.
Kijk niet alleen naar de vraag of je je werk nog kunt doen, maar vooral naar wat het je kost om dat vol te houden.
Signalen kunnen bijvoorbeeld zijn:
Soms verandert ook de manier waarop je werkt. Je controleert bijvoorbeeld vaker of je niets vergeten bent. Je hebt langer nodig voor taken. Vergaderingen kosten ineens veel energie. Schakelen tussen werkzaamheden wordt moeilijker. Of je functioneert nog goed, maar alleen doordat je steeds harder je best doet.
Dat laatste is verraderlijk: functioneren en herstellen zijn niet hetzelfde. Onderzoek naar presenteïsme laat bovendien zien dat werken terwijl je gezondheidsklachten hebt zelfregulatie en energie vraagt en kan samenhangen met minder betrokkenheid en slechtere taakprestaties op de volgende werkdag.
Omdat werk maar één deel van je functioneren is.
Wanneer veel van je beschikbare energie naar werken gaat, kan er thuis simpelweg weinig meer over zijn.
Dat kan een vreemd beeld geven. Je hebt acht uur gewerkt en denkt daarom: zo erg kan het toch niet zijn? Maar vervolgens lig je de hele avond op de bank, zeg je een verjaardag af en heb je zaterdag nodig om van vrijdag te herstellen.
Juist dat verschil kan belangrijke informatie geven over je belastbaarheid.
Hetzelfde kan gebeuren tijdens vakantie. Zodra de dagelijkse verplichtingen wegvallen, merk je ineens hoe moe je eigenlijk bent.
Dat betekent niet automatisch dat je een burn-out hebt. Maar het is wel een reden om verder te kijken wanneer dit structureel gebeurt.
Daar kunnen heel verschillende redenen voor zijn.
Misschien vind je je werk belangrijk. Misschien wil je collega’s niet laten zitten. Misschien ben je gewend verantwoordelijkheid te nemen of voelt ziekmelden als falen. Misschien denk je steeds: na deze deadline wordt het rustiger.
Ook praktische omstandigheden kunnen een rol spelen.
Onderzoek naar presenteïsme laat zien dat mensen onder andere vaker blijven werken wanneer de werkeisen hoog zijn, wanneer afwezigheid moeilijk voelt of consequenties kan hebben, maar ook wanneer zij juist sterk betrokken zijn bij hun werk.
Doorgaan betekent dus niet automatisch dat iemand zijn klachten niet serieus neemt. Soms heeft iemand simpelweg nog niet door hoeveel energie het inmiddels kost om het bestaande niveau vast te houden.
In plaats van alleen te vragen “Kan ik nog werken?” kun je gedurende een week eens breder kijken naar je functioneren.
Vraag jezelf bijvoorbeeld af:
Misschien ontdek je dan dat de vraag niet zozeer is of je nog kúnt werken.
De interessantere vraag kan zijn:
Hoeveel van mezelf gebruik ik inmiddels om te kunnen blijven werken?
Niet automatisch.
Of tijdelijk minder werken, aangepast werken of volledig stoppen verstandig is, hangt af van je klachten, belastbaarheid en werksituatie. Dat is geen beslissing die je op basis van een internetartikel hoeft te nemen.
Wanneer je merkt dat werken steeds moeilijker wordt of je twijfelt over wat nog verantwoord is, kun je dit bespreken met de bedrijfsarts. De bedrijfsarts kan je belastbaarheid in relatie tot je werk beoordelen.
Heb je aanhoudende vermoeidheid, slaapproblemen, concentratieproblemen of lichamelijke klachten waarvan de oorzaak niet duidelijk is, bespreek die dan ook met je huisarts. Klachten die bij burn-out voorkomen kunnen namelijk ook andere lichamelijke of psychische oorzaken hebben.
Je hoeft dus niet eerst volledig uit te vallen voordat je serieus naar je klachten mag kijken.
Juist wanneer je nog werkt, kan therapie een moment zijn om te onderzoeken wat er gebeurt voordat je misschien verder vastloopt.
We kijken dan niet alleen naar de vraag of je je werk nog aankunt. We kijken naar het hele plaatje.
Hoeveel energie kost je werk? Wat blijft er daarnaast nog van je over? Waar herstel je van en waarvan niet? Welke belasting speelt er op je werk én daarbuiten? En hoe lang houd je dit eigenlijk al op deze manier vol?
Gaandeweg kunnen ook patronen zichtbaar worden die het moeilijk maken om eerder te reageren op overbelasting. Misschien ga je gemakkelijk over je eigen grenzen heen, voel je je sterk verantwoordelijk voor anderen, stel je hoge eisen aan jezelf of ben je gewend pas te stoppen wanneer iets echt niet meer gaat.
Dat hoeft helemaal niet de oorzaak van je klachten te zijn en je hoeft dit ook niet vooraf bij jezelf te herkennen. We onderzoeken samen wat in jouw situatie meespeelt.
Daarbij kan bijvoorbeeld Acceptance and Commitment Therapy (ACT) worden gebruikt. ACT kan helpen om te onderzoeken welke gedachten en regels je gedrag sturen, zoals ik moet dit gewoon kunnen, ik mag mijn collega’s niet laten zitten of eerst moet alles af. Vervolgens kun je leren daar anders mee om te gaan en keuzes te maken die beter aansluiten bij wat voor jou belangrijk én haalbaar is.
Maar therapie bij burn-out draait niet alleen om ACT of om gedrag veranderen.
Overbelasting kan ook raken aan verlies en rouw. Misschien verlies je tijdelijk het vertrouwen in je lichaam, kun je niet meer functioneren zoals je van jezelf gewend bent of moet je afscheid nemen van het beeld dat je altijd alles aankunt. Soms ontstaat tijdens herstel ook het besef dat je niet meer terug wilt naar precies het leven dat je vóór je klachten leidde.
Ook daar mag ruimte voor zijn. Het doel is daarom niet simpelweg om ervoor te zorgen dat je kunt blijven werken. Het gaat erom te begrijpen wat er met je gebeurt en wat jij nodig hebt om duurzaam te herstellen.
Je hoeft niet eerst thuis op de bank te belanden voordat je hulp mag zoeken. Wanneer je merkt dat je werk steeds meer van je vraagt, je herstel afneemt of er buiten je werk nauwelijks energie overblijft, kan dat al voldoende aanleiding zijn om te onderzoeken wat er speelt.
Als therapeut help ik je om zicht te krijgen op je klachten, je belasting en herstel en op factoren die eraan kunnen bijdragen dat je blijft doorgaan terwijl je lichaam eigenlijk iets anders aangeeft.
Twijfel je of je klachten ernstig genoeg zijn voor therapie? Je hoeft dat vooraf niet zelf te bepalen. Je kunt eerst vrijblijvend kennismaken en samen kijken of therapie op dit moment bij je past.