(255) 352-6258 hello@divi.com

Gepubliceerd op: 14 augustus 2026

Geschreven door

Sylvia
Sylvia

Waarom blijf ik doorgaan terwijl ik weet dat het niet meer gaat?

Omdat weten dat iets te veel is en je gedrag daadwerkelijk kunnen veranderen twee verschillende dingen zijn. Je kunt heel goed beseffen dat je moe bent, dat je grenzen overschrijdt of dat je zo niet verder wilt, en toch iedere ochtend opnieuw doorgaan.

Dat betekent niet automatisch dat je koppig bent of niet goed naar jezelf luistert. Vaak is doorgaan lange tijd juist een manier geweest om je leven draaiende te houden. Je werkt, zorgt, lost problemen op, houdt rekening met anderen en doet wat nodig is. Zolang dat lukt, is er weinig aanleiding om dat patroon ter discussie te stellen.

Het ingewikkelde ontstaat wanneer dezelfde manier van functioneren die je lange tijd heeft geholpen, uiteindelijk niet meer past bij wat je aankunt.

De Nederlandse NHG-richtlijn beschrijft overspanning en burn-out vanuit een verstoorde verhouding tussen belasting en belastbaarheid. Wanneer iemand stressoren niet meer voldoende kan hanteren, kunnen spanningsklachten, controleverlies en uiteindelijk beperkingen in het functioneren ontstaan. Bij burn-out zijn de klachten langdurig aanwezig en staan moeheid en uitputting sterk op de voorgrond.

Als ik weet dat het te veel is, waarom stop ik dan niet?

Omdat gedrag niet alleen wordt gestuurd door wat je rationeel weet.

Stel dat je op zondagavond denkt:

“Dit trek ik eigenlijk niet meer.”

En maandagochtend gaat de wekker.

Er staat een belangrijke afspraak in je agenda. Een collega is ziek. Je kinderen moeten naar school. Er liggen mails. Iemand wacht op jouw antwoord.

Dan wint het concrete probleem van maandagochtend het gemakkelijk van het abstracte besef van zondagavond.

Je denkt:

“Deze week nog.”

“Na dit project wordt het rustiger.”

“Vrijdag heb ik een vrije dag.”

“Nog twee weken en dan heb ik vakantie.”

En zo kan tijdelijk doorgaan langzaam een structurele manier van functioneren worden.

Doorgaan kan op korte termijn juist heel effectief zijn

Dat vind ik belangrijk om te benoemen.

Veel gedrag dat later een probleem wordt, heeft eerst gewerkt.

Als je moe bent maar toch die presentatie afmaakt, is het probleem opgelost.

Als je geen ruimte hebt maar toch iemand helpt, heb je een ander niet teleurgesteld.

Als je spanning voelt en je stort je op je werk, hoef je die spanning op dat moment minder te voelen.

Als je bang bent dat iets misgaat en je neemt nóg meer controle, geeft dat tijdelijk rust.

Je brein krijgt daarmee steeds opnieuw dezelfde informatie:

doorgaan werkt.

Alleen kan de rekening daarvan steeds hoger worden.

De NHG-richtlijn kijkt daarom bij overspanning en burn-out expliciet naar coping: wat iemand doet om met problemen en stressoren om te gaan. In de behandeling wordt niet alleen gekeken naar rust, maar ook naar problemen, oplossingen en gedrag dat herstel mogelijk belemmert.

Welke patronen kunnen ervoor zorgen dat je blijft doorgaan?

Daar bestaat geen universeel burn-outpersoonlijkheidstype voor.

Dat is een belangrijke nuance.

Burn-out ontstaat niet simpelweg omdat iemand perfectionistisch is, slecht grenzen kan stellen of “te veel verantwoordelijkheid neemt”. Stressoren kunnen uit verschillende levensgebieden komen en meestal gaat het om een combinatie van factoren. De NHG noemt bijvoorbeeld problemen op het werk, ziekte, rouw, financiële problemen, opvoeding, studie en intensieve mantelzorg.

Maar bepaalde patronen kunnen bij sommige mensen bijdragen aan langdurig doorgaan.

Je kunt bijvoorbeeld herkennen dat je:

  • – je sterk verantwoordelijk voelt voor anderen;
  • – moeilijk iets onafgemaakt kunt laten;
  • – jezelf hoge eisen stelt;
  • – gemakkelijk rekening houdt met wat anderen nodig hebben;
  • – hulp vragen moeilijk vindt;
  • – pas stopt wanneer iets echt niet meer lukt;
  • – je eigen vermoeidheid relativeert;
  • – snel denkt dat anderen het zwaarder hebben;
  • – rust eerst wilt “verdienen”;
  • – schuldgevoel krijgt wanneer je iets afzegt;
  • – bang bent anderen teleur te stellen;
  • – gewend bent problemen zelf op te lossen.

 

Maar misschien herken je jezelf hier helemaal niet in.

Ook dan kun je overbelast raken.

Soms is de verklaring veel eenvoudiger: er is gedurende lange tijd gewoon te veel geweest.

Waarom voel ik mijn grens soms pas als ik er al overheen ben?

Omdat een grens niet altijd binnenkomt als een heldere gedachte:

“Ho, dit is mijn grens.”

Vaak begint het veel subtieler.

Je slaapt iets slechter. Je hebt vaker hoofdpijn. Je wordt sneller geïrriteerd. Je merkt dat geluid harder binnenkomt. Je concentratie neemt af. Je hebt minder zin in sociale afspraken. Je lichaam voelt gespannen.

Maar ondertussen kun je nog functioneren.

En wanneer je gewend bent vooral te reageren op wat er moet gebeuren, kunnen die eerste signalen gemakkelijk naar de achtergrond verdwijnen.

Pas later wordt het signaal harder:

“Ik kan niet meer.”

Daarom kan herstel ook betekenen dat je opnieuw leert herkennen wat er vóór dat punt gebeurt.

Niet alleen:

Waar ligt mijn grens?

maar:

Hoe merk ik eigenlijk dat ik ernaartoe beweeg?

Soms zit er ook iets onder het doorgaan

En hier wordt het therapeutisch interessant.

Voor de één is doorgaan vooral praktisch gedrag.

Voor iemand anders heeft het een emotionele functie.

Misschien voel je je waardevol wanneer je nodig bent. Misschien geeft presteren je houvast. Misschien heb je geleerd dat je sterk moet zijn. Misschien roept nee zeggen schuldgevoel op. Of misschien is bezigblijven een manier geworden om bepaalde gevoelens niet te hoeven ervaren.

Dat hoeft niet bewust te gebeuren.

En het hoeft ook niet allemaal uit je jeugd te komen.

Soms ontstaat zo’n patroon binnen een relatie, gezin, werkomgeving of periode waarin lange tijd veel van iemand werd gevraagd.

Daarom vind ik de vraag:

“Waarom doe je dit?”

vaak minder behulpzaam dan:

“Wat gebeurt er met jou als je probeert het níét te doen?”

Wat gebeurt er als je een afspraak afzegt?

Als je werk laat liggen?

Als iemand teleurgesteld is?

Als je niet onmiddellijk reageert?

Als je op de bank gaat zitten terwijl er nog dingen moeten gebeuren?

Juist daar kan zichtbaar worden waarom veranderen moeilijker is dan simpelweg weten dat je te veel doet.

En soms is het probleem niet jij, maar de situatie

Ook dat mogen we niet wegtherapeutiseren.

Als iemand structureel te veel werk heeft, mantelzorg combineert met een gezin, financiële zorgen heeft of in een belastende relatie of werkomgeving zit, kunnen we niet alles oplossen met betere grenzen en ademhalingsoefeningen.

De NHG-richtlijn benadrukt juist dat stressoren vaak uit meerdere domeinen komen en adviseert in de probleem- en oplossingsfase te onderzoeken welke problemen er spelen, welke beïnvloedbaar zijn en wat er daadwerkelijk moet veranderen.

Soms moet je dus niet beter leren omgaan met een onhoudbare situatie.

Soms moet er iets aan die situatie veranderen.

Waarom wacht ik soms tot mijn lichaam mij letterlijk stilzet?

Omdat doorgaan vaak heel lang mogelijk blijft.

Misschien lever je iets in op slaap.

Daarna op sport.

Daarna op sociale contacten.

Je doet minder thuis.

Je weekenden worden hersteltijd.

Je vakanties worden bijkomtijd.

En zolang het belangrijkste nog lukt, bijvoorbeeld werken of zorgen voor je gezin, kun je tegen jezelf blijven zeggen:

“Zie je wel, ik kan het nog.”

Maar ondertussen wordt je leven steeds smaller.

De NHG beschrijft bij toenemende overbelasting onder andere moeheid, slaapproblemen, prikkelbaarheid, niet tegen drukte of lawaai kunnen, piekeren, gejaagdheid en concentratieproblemen. Bij ernstigere overspanning komen daar controleverlies en beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren bij.

Je hoeft dus niet te wachten totdat werkelijk niets meer lukt.

Wat kun je zelf onderzoeken?

Probeer niet alleen te onderzoeken waarom je doorgaat, maar vooral wat er gebeurt op de momenten waarop je eigenlijk zou willen stoppen.

Je kunt jezelf bijvoorbeeld afvragen:

  • – Wanneer merk ik voor het eerst dat iets te veel wordt?
  • – Wat doe ik vervolgens met dat signaal?
  • – Welke gedachte zorgt ervoor dat ik tóch doorga?
  • – Waar ben ik bang voor als ik iets niet doe?
  • – Wat gebeurt er als ik iemand teleurstel?
  • – Hoe voelt het lichamelijk wanneer ik over mijn grens ga?
  • – Welke signalen negeer ik gemakkelijk?
  • – Wanneer geef ik mezelf toestemming om te rusten?
  • – Moet eerst alles af zijn voordat dat mag?
  • – Welke dingen zijn de afgelopen maanden uit mijn leven verdwenen omdat ik er geen energie meer voor heb?
  • – Wat zou er daadwerkelijk gebeuren als ik morgen één ding niet doe?

 

Die laatste vraag kan verrassend zijn.

Sommige dingen móéten werkelijk.

Andere dingen voelen vooral alsof ze moeten.

Wat kun je proberen?

Begin niet onmiddellijk met het voornemen:

“Vanaf nu ga ik veel beter mijn grenzen bewaken.”

Dat is zo groot dat het nauwelijks informatie oplevert.

Maak het kleiner.

Kies bijvoorbeeld één moment waarop je normaal automatisch doorgaat en probeer daar iets anders te doen.

Neem daadwerkelijk pauze.

Laat één niet-urgente taak liggen.

Zeg één keer dat iets vandaag niet lukt.

Vraag iemand anders iets over te nemen.

Beantwoord een bericht later.

Plan na een drukke dag niet automatisch nog iets in.

En observeer vervolgens wat er gebeurt.

Niet alleen praktisch, maar ook vanbinnen.

Komt er rust?

Of juist schuldgevoel, spanning, irritatie, onrust of de gedachte dat je lui bent?

Dat is waardevolle informatie.

Wanneer is het verstandig hulp te zoeken?

Wanneer je al langere tijd weet dat het eigenlijk niet meer gaat maar merkt dat het je niet lukt om iets wezenlijks te veranderen, hoef je niet te wachten totdat je volledig uitvalt.

Zeker wanneer je daarnaast steeds vermoeider raakt, slechter slaapt, sneller geprikkeld bent, concentratieproblemen krijgt, nauwelijks herstelt of merkt dat je sociale of dagelijkse functioneren achteruitgaat, is het verstandig om je klachten serieus te nemen.

Bij aanhoudende of onverklaarde lichamelijke klachten of ernstige vermoeidheid is het verstandig ook je huisarts te raadplegen. Klachten die passen bij langdurige stress kunnen immers ook andere lichamelijke of psychische oorzaken hebben.

Bij werkgerelateerde problemen kan ook de bedrijfsarts meedenken over belasting, belastbaarheid en eventuele aanpassingen.

Bij ernstige psychiatrische klachten, ernstige ontregeling of wanneer specialistische diagnostiek of behandeling noodzakelijk is, kan behandeling binnen de GGZ passend zijn. De NHG adviseert verwijzing naar de GGZ onder andere wanneer herstel stagneert in combinatie met ernstig disfunctioneren en lijdensdruk of bij vermoeden van psychiatrische comorbiditeit.

Hoe kan therapie helpen wanneer ik wéét dat ik moet stoppen maar toch doorga?

In therapie zou ik je niet simpelweg vertellen dat je beter je grenzen moet aangeven.

Waarschijnlijk weet je dat zelf inmiddels ook wel.

Veel interessanter is om samen te onderzoeken:

Wat maakt dat jij op het beslissende moment tóch weer doorgaat?

Daar kunnen verschillende therapeutische ingangen bij passen.

Soms beginnen we heel concreet bij gedragspatronen. We vertragen als het ware het moment tussen “dit wordt me te veel” en “ik doe het toch”. Wat gebeurt daar precies? Welke gedachte komt op? Wat voel je? Wat doe je vervolgens? En wat levert doorgaan je op korte termijn op?

Daar kunnen gedragstherapeutische interventies heel bruikbaar zijn. Niet alleen praten over grenzen, maar in het dagelijks leven kleine andere keuzes uitproberen en onderzoeken wat die oproepen.

Lichaamsgericht werken kan belangrijk zijn wanneer je rationeel heel goed kunt uitleggen dat je overbelast bent, maar lichamelijke signalen pas laat opmerkt. Dan oefenen we met het eerder herkennen van spanning, vermoeidheid, ademhaling, onrust en overprikkeling. Je lichaam wordt daarmee niet iets wat pas mag ingrijpen wanneer je instort, maar een informatiebron gedurende de dag.

Bij emotiegerichte interventies kunnen we onderzoeken welke gevoelens onder het doorgaan zitten. Misschien is dat angst, schuld, verdriet, boosheid of schaamte. Soms blijkt stoppen veel meer te betekenen dan alleen een taak niet uitvoeren.

Ook Acceptance and Commitment Therapy (ACT) kan passend zijn. Bijvoorbeeld wanneer je sterk wordt gestuurd door gedachten als ik moet dit kunnen, ik mag niemand teleurstellen of eerst moet alles af. Het doel is dan niet die gedachten weg te krijgen, maar te leren dat ze niet automatisch hoeven te bepalen wat je doet.

Soms kijken we systemisch. Welke plek neem jij in binnen je gezin, relatie of werk? Waar ben jij degene die opvangt, regelt of verantwoordelijkheid draagt? En wat gebeurt er binnen dat systeem wanneer jij iets níét meer doet?

En soms komen we bij verlies en rouw terecht. Misschien heb je lange tijd gefunctioneerd terwijl er verlies, verandering of teleurstelling speelde waarvoor nauwelijks ruimte was. Of je moet tijdens herstel juist afscheid nemen van het beeld dat je van jezelf had: degene die altijd doorgaat, alles aankan en anderen niet nodig heeft.

Welke ingang passend is, hoeft vooraf helemaal niet duidelijk te zijn.

Je hoeft dus niet eerst te begrijpen waarom je blijft doorgaan voordat je therapie kunt zoeken. Dat onderzoeken kan juist onderdeel van de therapie zijn.

Hulp bij stress en burn-out in Enschede

Misschien weet je allang dat je te veel van jezelf vraagt.

Misschien heb je jezelf zelfs al honderd keer voorgenomen om het rustiger aan te doen.

Wanneer dat vervolgens niet lukt, betekent dat niet automatisch dat je gewoon harder je best moet doen om beter voor jezelf te zorgen.

Als therapeut help ik je onderzoeken wat er precies gebeurt op die momenten waarop je voelt dat iets niet meer gaat en toch doorgaat. Daarbij kunnen we kijken naar je gedrag, emoties, lichamelijke signalen, gedachten, omstandigheden en de relaties en rollen waarin je functioneert.

Het doel is niet dat je voortaan bij iedere vorm van spanning onmiddellijk stopt.

Het doel is dat stoppen niet pas mogelijk wordt wanneer je lichaam uiteindelijk de beslissing voor je neemt.

Twijfel je of therapie aansluit bij wat jij ervaart? Dan kun je eerst vrijblijvend kennismaken.

Stuur een mailtje
Bel naar 06 41291834

Ben je niet tevreden? Klik hier