Gepubliceerd op: 14 augustus 2026
Geschreven door

Omdat het verwerken en filteren van informatie meer moeite kan kosten wanneer je langdurig overbelast en uitgeput bent. Geluiden, gesprekken, fel licht, beweging, een drukke supermarkt of meerdere mensen die tegelijk iets van je vragen kunnen daardoor veel sneller als ‘te veel’ voelen.
Dat is geen vreemd of uitzonderlijk verschijnsel. In de Nederlandse NHG-richtlijn wordt ‘niet tegen drukte/lawaai kunnen’ expliciet genoemd als een van de spanningsklachten bij overspanning en burn-out. Ook prikkelbaarheid, concentratieproblemen en vergeetachtigheid horen bij hetzelfde klachtenbeeld.
Maar daar hoort meteen een belangrijke nuance bij.
We weten wetenschappelijk nog niet precies waarom mensen met burn-out gevoeliger kunnen worden voor prikkels. Online wordt dit soms heel stellig verklaard met termen als een ‘overprikkeld zenuwstelsel’ of een brein dat ‘niet meer kan filteren’. Dat klinkt aannemelijk, maar zo precies kunnen we het op basis van het huidige onderzoek niet zeggen.
Wat we wél weten, is dat langdurige overbelasting en klinische burn-out samen kunnen gaan met problemen in aandacht, informatieverwerking en andere cognitieve functies. En dat helpt begrijpen waarom een omgeving die vroeger moeiteloos te verwerken was ineens enorm veel van je kan vragen.
Stel dat je op een gewone ochtend aan de ontbijttafel zit.
De radio staat aan.
Iemand vraagt waar zijn schoenen zijn.
Er komt een bericht binnen op je telefoon.
De vaatwasser piept.
Je probeert ondertussen te onthouden wat je die ochtend mee moet nemen.
Normaal gesproken verwerkt je brein voortdurend enorme hoeveelheden informatie. Een groot deel daarvan krijgt nauwelijks bewuste aandacht.
Maar wanneer je ernstig vermoeid en overbelast bent, kan het moeilijker worden om je aandacht te richten, informatie vast te houden en tussen verschillende dingen te schakelen.
Dan voelt diezelfde ontbijttafel ineens heel anders.
“Kan iedereen alsjeblieft even stil zijn?”
Niet noodzakelijk omdat de geluiden werkelijk harder zijn.
Maar omdat het verwerken van alles wat tegelijkertijd binnenkomt meer van je vraagt.
Bij prikkelgevoeligheid denken mensen vaak alleen aan geluid.
Maar het kan veel breder zijn.
Je kunt bijvoorbeeld merken dat:
Soms is het niet eens één specifieke prikkel.
Het is vooral de hoeveelheid tegelijk.
Een gesprek met één persoon lukt prima.
Een verjaardag met twintig mensen niet.
Een rustige wandeling gaat goed.
Een winkelcentrum op zaterdagmiddag niet.
Dat verschil vertelt ons iets belangrijks over belastbaarheid.
Dat kan zeker meespelen.
Een systematische review en meta-analyse naar cognitief functioneren bij mensen met klinische burn-out vond gemiddeld slechtere prestaties op verschillende cognitieve gebieden, waaronder aandacht en verwerkingssnelheid, werkgeheugen, executieve functies en episodisch geheugen. De gevonden verschillen waren over het algemeen klein tot middelgroot.
Dat sluit aan bij wat mensen soms zelf beschrijven:
“Ik kan niet meer denken als er iemand naast me praat.”
“Zet die radio uit, anders kan ik niet lezen.”
“Ik kan niet koken als mijn kinderen ondertussen drie dingen aan me vragen.”
“Ik moet na een vergadering echt even alleen zijn.”
Dat betekent niet dat je brein beschadigd is.
Het betekent ook niet dat iedereen met een burn-out cognitieve problemen krijgt.
Maar het maakt wel begrijpelijk waarom informatie verwerken meer inspanning kan kosten wanneer je ernstig overbelast bent.
Omdat prikkelbaarheid zelf een veelvoorkomende spanningsklacht is.
De NHG-richtlijn noemt zowel prikkelbaarheid als niet tegen drukte en lawaai kunnen bij de symptomen van overspanning. Thuisarts beschrijft eveneens dat mensen bij langdurige overbelasting sneller boos kunnen worden en minder goed tegen drukte of lawaai kunnen.
Misschien herken je dat.
Je partner stelt een doodnormale vraag en je denkt:
“Niet nu.”
Je kind zet een filmpje aan en je wilt dat geluid onmiddellijk uit hebben.
Iemand begint tegen je te praten terwijl je iets probeert af te maken en je voelt de irritatie lichamelijk omhoogschieten.
Achteraf kun je daar behoorlijk van schrikken.
“Waarom reageer ik zo? Zo ben ik helemaal niet.”
Maar wanneer je belastbaarheid sterk verminderd is, kan een relatief kleine extra belasting ineens de druppel zijn.
De reactie zegt dan niet noodzakelijk iets over hoeveel je van de mensen om je heen houdt.
Het kan vooral iets zeggen over hoeveel ruimte je op dat moment nog over hebt.
Omdat belastbaarheid niet iedere dag en ieder moment hetzelfde is.
Misschien kun je ’s morgens rustig koffie drinken in een café, maar is diezelfde omgeving na een intensieve werkdag ondraaglijk.
Of je kunt een uur met een vriendin praten, maar wanneer je daarvoor boodschappen hebt gedaan, gewerkt en je kinderen hebt opgehaald, lukt dat ineens niet meer.
Dat is een belangrijk gegeven.
De vraag is daarom niet alleen:
“Welke prikkels kan ik niet verdragen?”
maar ook:
“Wanneer kan ik ze niet meer verdragen?”
Wat gebeurde er daarvoor?
Hoe heb je geslapen?
Hoe druk was de dag?
Hoeveel sociale interactie heb je al gehad?
Hoeveel dingen moest je tegelijkertijd onthouden of regelen?
Soms vertelt prikkelgevoeligheid vooral iets over de belasting die eraan voorafging.
Nee.
Dit vind ik belangrijk om helder te houden.
Niet tegen drukte en lawaai kunnen hoort bij het klachtenbeeld van overspanning en burn-out, maar één klacht is nooit voldoende om een burn-out vast te stellen.
Prikkelgevoeligheid kan ook voorkomen bij andere psychische of lichamelijke klachten en sommige mensen zijn van zichzelf gevoeliger voor bepaalde prikkels.
Bij overspanning kijkt de Nederlandse richtlijn naar een combinatie van minimaal drie spanningsklachten, gevoelens van controleverlies of machteloosheid en beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren. Bij burn-out bestaan deze klachten minimaal zes maanden en staan moeheid en uitputting sterk op de voorgrond.
Het totaalplaatje telt dus.
Niet automatisch.
Wanneer je ernstig overbelast bent, kan het heel logisch zijn om tijdelijk minder prikkels op te zoeken.
Je hoeft jezelf niet op zaterdagmiddag door een overvolle IKEA te slepen om je brein te ‘trainen’.
Maar zo min mogelijk prikkels krijgen is ook niet automatisch het doel van herstel.
De NHG adviseert bij overspanning en burn-out een gefaseerd herstelproces waarin rust en ontspanning worden gecombineerd met structuur en passende activiteit. Later worden activiteiten en rollen geleidelijk weer uitgebreid.
Het gaat dus om doseren.
Niet voortdurend over je grens heen.
Maar ook niet automatisch concluderen dat iedere vorm van ongemak of prikkeling schadelijk is.
Prikkelgevoeligheid kan juist een interessante graadmeter voor je belastbaarheid worden.
Probeer eens te observeren:
En misschien nog belangrijker:
Wat vertelt mijn prikkelgevoeligheid mij over mijn totale belasting?
Want misschien is het probleem niet dat je collega te hard praat.
Misschien zit je batterij om 15.00 uur gewoon al op drie procent.
Maak je omgeving tijdelijk wat eenvoudiger waar dat mogelijk is.
Zet bijvoorbeeld de radio uit wanneer je iets moet lezen. Leg je telefoon weg wanneer je met iemand praat. Doe boodschappen op een rustiger moment. Plan na een intensieve afspraak niet automatisch de volgende activiteit. Neem tussendoor bewust een rustige plek op.
Niet omdat geluid gevaarlijk is.
Maar omdat minder gelijktijdige informatie verwerken tijdelijk ruimte kan geven.
Kijk vervolgens wat dat doet.
Herstel je sneller?
Kun je je beter concentreren?
Ben je minder geïrriteerd?
Heb je aan het einde van de dag meer energie over?
Daarmee krijg je informatie over wat jouw huidige belastbaarheid is.
Wanneer je prikkelgevoeligheid onderdeel is van een breder patroon van toenemende vermoeidheid, slecht slapen, concentratieproblemen, piekeren, gejaagdheid of steeds minder kunnen functioneren, is het verstandig die klachten serieus te nemen.
Je hoeft niet te wachten totdat je volledig bent uitgevallen.
Bij nieuwe, ernstige of opvallende klachten is het verstandig ook de huisarts te raadplegen, zeker wanneer je niet weet of stress de verklaring is.
De huisarts kan beoordelen of er mogelijk andere lichamelijke of psychische oorzaken spelen. De NHG-richtlijn adviseert bij verdenking op overspanning of burn-out nadrukkelijk ook naar angst, depressieve klachten en andere mogelijke verklaringen te kijken.
Wanneer werk een belangrijke bron van overbelasting is, kan ook de bedrijfsarts meedenken over je belasting en belastbaarheid.
Bij ernstige psychiatrische klachten of wanneer specialistische diagnostiek of behandeling nodig is, kan behandeling binnen de GGZ passend zijn.
In therapie zou ik niet beginnen met:
“Je moet leren om beter tegen prikkels te kunnen.”
Ik zou eerst willen weten:
Waarom zijn deze prikkels op dit moment te veel voor jou?
Hoe uitgeput ben je? Hoe ziet je dag eruit? Wanneer ontstaat de prikkelgevoeligheid? Wat gebeurde er daarvoor? Hoe herstel je? Hoe slaap je? Hoeveel verantwoordelijkheden draag je? En hoeveel ruimte is er gedurende een normale dag waarin er even niets van je wordt gevraagd?
Bij lichaamsgericht werken kunnen we onderzoeken welke signalen je lichaam al geeft vóórdat alles te veel wordt. Misschien merk je achteraf dat je geïrriteerd raakt, maar waren er daarvoor al signalen: gespannen schouders, sneller ademen, hoofdpijn, onrust of moeite met concentreren.
Met gedragsgerichte interventies kunnen we kijken hoe je je belasting gedurende de dag verdeelt. Waar stapelen activiteiten en prikkels zich op? Welke herstelmomenten werken daadwerkelijk? En hoe kun je experimenteren met doseren zonder je hele leven te vermijden?
Soms spelen gedachten en verwachtingen een rol. Misschien vind je dat je gewoon tegen die verjaardag, werkdag of drukte moet kunnen en ga je iedere keer langer door dan eigenlijk past bij je huidige belastbaarheid. Daar kunnen cognitieve interventies of Acceptance and Commitment Therapy (ACT) bij helpen.
Ook emoties kunnen relevant zijn. Wanneer je al langere tijd veel spanning, verdriet, angst of boosheid draagt, kan er simpelweg minder ruimte overblijven voor andere belasting.
Soms is een systemische blik nodig. Misschien leef je in een omgeving waarin voortdurend mensen iets van je vragen. Werk, kinderen, mantelzorg, sociale verplichtingen. Dan is prikkelgevoeligheid niet alleen een individueel probleem dat jij moet leren reguleren. We kijken ook naar wat er in je omgeving anders kan.
En soms speelt verlies en rouw mee. Verlies kan langdurig veel emotionele en cognitieve ruimte vragen, ook wanneer je ondertussen bent blijven functioneren.
Niet iedereen heeft al deze factoren.
We onderzoeken wat bij jou meespeelt en kiezen vervolgens de therapeutische ingang die daarbij past.
Wanneer geluid, drukte of andere prikkels ineens veel harder binnenkomen dan vroeger, kan dat behoorlijk onzeker maken.
Misschien herken je jezelf niet in hoe snel je geïrriteerd raakt. Of merk je dat je steeds meer situaties vermijdt omdat ze simpelweg te veel energie kosten.
Als therapeut help ik je niet alleen om die prikkelgevoeligheid te verminderen, maar vooral om te onderzoeken wat die gevoeligheid vertelt over je totale belasting en herstel.
Daarbij kijken we naar het geheel: je energie, lichaam, emoties, gedachten, gedrag, werk, omstandigheden en relaties.
Je hoeft daarvoor geen officiële diagnose burn-out te hebben.
Als je merkt dat je wereld steeds ‘harder’ binnenkomt terwijl je zelf steeds minder energie over hebt, is dat voldoende reden om te onderzoeken wat er gebeurt.
Twijfel je of therapie aansluit bij wat jij ervaart? Dan kun je eerst vrijblijvend kennismaken.