Gepubliceerd op: 14 augustus 2026
Geschreven door

Je zit op de bank. Er hoeft niets meer. Je hebt geen deadline, er is geen ruzie en voor zover je kunt bedenken is er op dat moment eigenlijk niets aan de hand.
En toch voelt je lichaam anders.
Je schouders staan strak. Je kaken zijn aangespannen. Misschien voelt je ademhaling hoog, ben je onrustig of gejaagd en lukt het je niet goed om werkelijk tot rust te komen.
Dat kan behoorlijk verwarrend zijn.
Want als er geen direct probleem is, waarom voelt je lichaam dan toch alsof er wél iets aan de hand is?
Het korte antwoord is: omdat spanning niet alleen wordt bepaald door wat er op dit moment gebeurt.
Je lichaam reageert ook op wat eraan voorafging. Op langdurige belasting, gedachten en emoties, gedragspatronen, eerdere ervaringen en soms op lichamelijke factoren. Daardoor kun je je gespannen voelen zonder dat je op dat moment een duidelijke aanleiding kunt aanwijzen.
We denken bij stress vaak aan iets concreets.
Een belangrijke afspraak.
Een conflict.
Een volle werkdag.
Een ziek familielid.
Een financiële tegenvaller.
Maar spanning kan zich ook geleidelijk opbouwen.
De Nederlandse NHG-richtlijn over overspanning en burn-out noemt onder andere een gejaagd gevoel, piekeren, prikkelbaarheid, slaapproblemen, concentratieproblemen en niet goed tegen drukte of lawaai kunnen als spanningsklachten. Daarbij hoeft een stressor niet altijd duidelijk aanwijsbaar te zijn. Soms wordt die door iemand zelf ook helemaal niet als stressor herkend.
Dat laatste vind ik belangrijk.
Je kunt namelijk denken:
Maar mijn leven is helemaal niet zo stressvol.
Terwijl je misschien al maanden:
Geen van die dingen hoeft afzonderlijk enorm te voelen.
Maar alles bij elkaar kan wel degelijk veel van je vragen.
Je lichaam beschikt over systemen die voortdurend helpen om je aan te passen aan wat er van je wordt gevraagd.
Wanneer actie nodig is, kunnen onder andere je hartslag, ademhaling, spierspanning en alertheid veranderen. Wanneer de belasting afneemt, kan het lichaam vervolgens weer richting herstel bewegen.
Dat betekent alleen niet dat je lichaam een aan-uitknop heeft.
Je kunt niet tegen jezelf zeggen:
Werkdag klaar. Stress uit.
Wanneer je langere tijd veel van jezelf hebt gevraagd, kan het enige tijd duren voordat je merkt dat de spanning werkelijk afneemt.
En soms houd je die activatie zelf onbedoeld mede gaande.
Je bent fysiek thuis, maar in gedachten nog op je werk.
Je ligt in bed, maar bent alvast morgen aan het oplossen.
Je zit op de bank, maar voelt dat je eigenlijk nog iets zou moeten doen.
Dan is er misschien geen directe dreiging in de kamer, maar er is nog steeds veel activiteit.
Op sociale media wordt bij dit soort klachten tegenwoordig vaak gezegd:
“Je zenuwstelsel staat vast in de overlevingsstand.”
Dat klinkt aantrekkelijk, omdat het een ingewikkelde ervaring in één zin verklaart.
Maar wetenschappelijk is het meestal niet zo eenvoudig.
Ons autonome zenuwstelsel speelt vanzelfsprekend een belangrijke rol bij lichamelijke activatie en herstel. Maar aanhoudende gespannenheid kan niet zonder onderzoek worden teruggebracht tot één specifieke toestand van het zenuwstelsel.
Psychologische processen, slaap, lichamelijke gezondheid, stressoren, gedrag, middelengebruik, emoties en eerdere ingrijpende ervaringen kunnen allemaal meespelen.
Daarom zou ik niet te snel concluderen:
Mijn zenuwstelsel is ontregeld.
Een bruikbaardere vraag is:
Wat maakt dat mijn lichaam en hoofd op dit moment zo weinig gelegenheid krijgen om werkelijk terug te schakelen?
Dit klinkt tegenstrijdig, maar veel mensen herkennen het.
Zolang je bezig bent, merk je weinig.
Je werkt.
Regelt.
Zorgt.
Rijdt van afspraak naar afspraak.
Haalt boodschappen.
Kookt.
Beantwoordt berichten.
En dan ga je eindelijk zitten.
Ineens voel je je hartslag.
Je merkt hoe moe je bent.
Je hoofd begint te malen.
Je voelt spanning in je nek of buik.
Dat betekent niet noodzakelijk dat rust je klachten veroorzaakt.
Het kan ook betekenen dat er tijdens de drukte simpelweg minder ruimte was om te voelen wat er al aanwezig was.
Dan is het interessant om niet alleen te kijken naar wanneer je spanning voelt, maar ook naar hoe die spanning eruitziet.
Bijvoorbeeld:
Dat onderscheid is belangrijk, omdat voortdurende gespannenheid verschillende oorzaken kan hebben.
Nee.
Spanning en angst overlappen, maar zijn niet hetzelfde.
Je kunt gespannen zijn door langdurige overbelasting zonder dat er sprake is van een angststoornis. Andersom kunnen angstklachten zich juist heel lichamelijk uiten.
Ook ingrijpende gebeurtenissen kunnen een rol spelen. Bij posttraumatische stress kunnen bijvoorbeeld verhoogde waakzaamheid en lichamelijke arousal voorkomen, naast herbelevingen, vermijding en veranderingen in stemming en gedachten.
Daarom kun je vanuit één symptoom niet bepalen wat er aan de hand is.
“Ik ben voortdurend gespannen” is een klacht, geen diagnose.
Ja, dat kan.
Wanneer de eisen die het leven aan je stelt gedurende langere tijd groter zijn dan de mogelijkheden die je hebt om daarvan te herstellen, kunnen spanningsklachten ontstaan.
De NHG beschrijft overspanning vanuit een verstoring tussen draaglast en draagkracht. Stressoren kunnen bovendien uit verschillende levensgebieden komen: werk, relaties, ziekte, financiële problemen, opvoeding, mantelzorg, verlies of een combinatie daarvan.
En juist die combinatie wordt gemakkelijk onderschat.
Misschien is je werk op zichzelf prima.
Je gezin ook.
Je relatie ook.
En die ene moeilijke situatie kun je ook nog wel dragen.
Maar alles bij elkaar vraagt voortdurend iets van je.
Soms is dus niet één groot probleem de verklaring.
Het is de optelsom.
Bij sommige mensen blijkt tijdens therapie dat niet alleen de omstandigheden veel vragen, maar dat bepaalde patronen weinig ruimte voor herstel overlaten.
Bijvoorbeeld:
Dat betekent niet dat je deze patronen bent.
En ook niet dat je zelf verantwoordelijk bent voor iedere klacht die je ervaart.
Maar gedrag dat ooit heel functioneel is geweest, kan later ongemerkt veel energie blijven kosten.
Iemand die bijvoorbeeld heeft geleerd voortdurend goed aan te voelen wat anderen nodig hebben, kan daar ontzettend vaardig in worden.
Alleen staat de aandacht dan wel voortdurend naar buiten gericht.
De vraag wordt dan niet alleen:
“Hoe krijg ik mijn spanning weg?”
maar ook:
“Wat gebeurt er gedurende mijn dag waardoor er zo weinig ruimte ontstaat om te herstellen?”
Ja. En hier komt onder andere EMDR in beeld.
Niet omdat iedere vorm van spanning betekent dat je een trauma hebt.
En ook niet omdat EMDR een algemene behandeling is voor stress, overspannenheid of burn-out.
EMDR is ontwikkeld voor klachten die samenhangen met herinneringen aan ingrijpende gebeurtenissen. De Vereniging EMDR Nederland omschrijft EMDR als een psychotherapeutische methode voor klachten die verbonden zijn aan zulke herinneringen, waaronder PTSS en andere traumagerelateerde klachten. Voor PTSS is EMDR een bewezen effectieve behandeling.
Dat onderscheid is belangrijk.
Stel dat je voortdurend gespannen bent omdat je al maanden te veel hooi op je vork neemt. Dan volgt daar niet automatisch uit dat EMDR nodig is.
Maar soms blijkt tijdens gesprekken dat spanning sterk verbonden is met wat iemand eerder heeft meegemaakt.
Misschien merk je dat je lichaam onmiddellijk reageert wanneer iemand boos wordt.
Dat bepaalde situaties een disproportioneel sterke reactie oproepen.
Dat een herinnering zich blijft opdringen.
Dat je bepaalde situaties vermijdt.
Dat je snel schrikt of voortdurend op je hoede bent sinds een ingrijpende gebeurtenis.
Dan kan het zinvol zijn om te onderzoeken of onverwerkte of nog sterk beladen herinneringen onderdeel zijn van de klachten.
Bij EMDR wordt zo’n relevante herinnering geactiveerd terwijl het werkgeheugen tegelijkertijd wordt belast. De bedoeling is dat de herinnering uiteindelijk minder emotionele lading oproept. Bij PTSS vormen onder andere indringende herinneringen en nachtmerries aangrijpingspunten voor het selecteren van herinneringen voor behandeling.
EMDR is dus geen techniek om iemand simpelweg ‘rustiger te maken’.
We gebruiken EMDR wanneer er een goede inhoudelijke reden is om juist een belastende herinnering of traumagerelateerde klacht te behandelen.
Ook die kunnen een rol spelen.
Verdriet, boosheid, angst, teleurstelling, schaamte en onzekerheid verdwijnen niet automatisch wanneer we ze niet voelen of er niet over praten.
Soms heeft iemand lange tijd vooral gefunctioneerd.
Na een verlies.
Tijdens ziekte van een partner.
Na een scheiding.
In een moeilijke werksituatie.
Na een ingrijpende gebeurtenis.
Tijdens jaren waarin er thuis veel gevraagd werd.
Je hebt gedaan wat nodig was.
En pas veel later merk je hoeveel spanning die periode eigenlijk heeft gekost.
Daarom kan bij aanhoudende spanning soms ook verlies en rouw relevant zijn. Niet alleen rouw na een overlijden, maar ook verlies van gezondheid, werk, een relatie, toekomstverwachtingen, veiligheid of een beeld dat je van je leven had.
Niet iedere spanning vraagt dus om een ontspanningsoefening.
Soms vraagt spanning er eerst om dat we begrijpen wat je al die tijd hebt gedragen.
Misschien heb je al van alles geprobeerd.
Ademhalingsoefeningen.
Yoga.
Meditatie.
Wandelen.
Een warm bad.
Een avond niets doen.
En merk je vervolgens gefrustreerd:
Ik kan blijkbaar niet eens ontspannen.
Maar ontspannen is geen prestatie.
Sterker nog: wanneer je heel erg probeert ontspannen te worden, kun je ongemerkt voortdurend controleren:
Ben ik al rustig?
Waarom voel ik dit nog?
Doe ik de oefening wel goed?
En daarmee blijft je aandacht juist bij de spanning.
De NHG noemt ontspanningsoefeningen als mogelijke ondersteuning, maar constateert tegelijkertijd dat er onvoldoende rechtstreeks onderzoek is naar de effectiviteit ervan bij overspanning en burn-out. De aanpak is daarom breder en richt zich onder andere op herstel, dagstructuur, stressoren en het herstellen van de verhouding tussen draaglast en draagkracht.
Ontspanning kan dus helpen, maar is niet automatisch de oplossing voor alles wat spanning veroorzaakt.
Aanhoudende gespannenheid kan samenhangen met stress of psychische belasting, maar niet iedere lichamelijke klacht moet automatisch daaraan worden toegeschreven.
Bespreek klachten daarom met je huisarts wanneer ze aanhouden, toenemen, je dagelijks functioneren duidelijk beïnvloeden of wanneer je niet weet waar ze vandaan komen.
Dat geldt zeker bij nieuwe of opvallende lichamelijke klachten, zoals forse hartkloppingen, benauwdheid of flauwvallen.
Ook wanneer angst steeds meer je leven gaat bepalen, je situaties gaat vermijden, je last krijgt van herbelevingen of nachtmerries of je functioneren sterk vermindert, is het verstandig professionele hulp te zoeken.
In therapie hoeven we niet meteen te besluiten:
Je moet leren ontspannen.
We kunnen eerst onderzoeken wat er bij jou daadwerkelijk gebeurt.
Wanneer voel je de spanning?
Wanneer juist niet?
Hoe ziet je dagelijks leven eruit?
Hoeveel wordt er van je gevraagd?
Hoe slaap je?
Wat gebeurt er in je lichaam?
Welke gedachten komen steeds terug?
Welke emoties krijgen weinig ruimte?
Zijn er eerdere gebeurtenissen die nog steeds veel spanning oproepen?
Wat doe je wanneer je spanning voelt?
En wat heb je misschien al heel lang leren doen om jezelf staande te houden?
Van daaruit kan ik verschillende therapeutische methodieken gebruiken, afhankelijk van wat jij nodig hebt.
Met Acceptance and Commitment Therapy (ACT) kunnen we bijvoorbeeld kijken naar de manier waarop je omgaat met gedachten, gevoelens en innerlijke druk, en naar de vraag wat voor jou belangrijk is.
Met gedragsgericht werken kunnen we onderzoeken welke automatische patronen spanning veroorzaken of in stand houden en ermee experimenteren om daar iets in te veranderen.
Met lichaamsgericht werken kan er meer aandacht komen voor het leren herkennen van lichamelijke signalen van spanning en herstel, zonder dat ieder lichamelijk signaal onmiddellijk hoeft te worden opgelost.
Soms ligt er verlies of rouw onder de klachten en vraagt juist dat om aandacht.
Vanuit een systemische blik kunnen we onderzoeken welke rollen, verwachtingen en relaties invloed hebben op de hoeveelheid verantwoordelijkheid of spanning die je draagt.
En wanneer blijkt dat klachten samenhangen met één of meer ingrijpende ervaringen, kan EMDR passend zijn om de emotionele lading van relevante herinneringen te verminderen. EMDR is dus niet automatisch onderdeel van therapie bij spanning. We kijken eerst of er daadwerkelijk herinneringen of traumagerelateerde klachten zijn waarop deze methode aangrijpt.
Dat vind ik een belangrijk uitgangspunt.
Niet de therapievorm bepaalt wat we gaan behandelen. Jouw klachten, geschiedenis, omstandigheden en hulpvraag bepalen welke aanpak passend is.
Als je voortdurend gespannen bent terwijl je zelf niet goed begrijpt waarom, hoef je niet eerst precies te kunnen verklaren waar dat vandaan komt.
Dat kunnen we samen onderzoeken.
Soms blijkt er sprake te zijn van langdurige overbelasting. Soms spelen gedachten, emoties of gedragspatronen een belangrijke rol. Soms speelt verlies mee. En soms ontdekken we dat bepaalde ingrijpende ervaringen nog steeds veel spanning oproepen en kan bijvoorbeeld EMDR onderdeel worden van de behandeling.
Het kan ook blijken dat andere hulp of aanvullende diagnostiek passender is.
Je hoeft dus niet eerst te weten wat er met je aan de hand is voordat je hulp mag zoeken.
Twijfel je of therapie aansluit bij wat jij ervaart? Dan kun je eerst vrijblijvend kennismaken.