(255) 352-6258 hello@divi.com

Gepubliceerd op: 16 augustus 2026

Geschreven door

Sylvia
Sylvia

Hoe weet ik of ik last heb van angstklachten?

Angst hoort bij het leven. Het waarschuwt ons voor gevaar, maakt ons alert en helpt ons reageren wanneer dat nodig is. Je kunt spreken van angstklachten wanneer angst, spanning of bezorgdheid regelmatig aanwezig is, je er last van hebt of je merkt dat je je gedrag erop begint aan te passen. Dat betekent nog niet automatisch dat je een angststoornis hebt.

Je kunt bijvoorbeeld veel piekeren, voortdurend gespannen zijn, bang zijn dat er iets misgaat, situaties vermijden of lichamelijke verschijnselen ervaren zoals hartkloppingen, trillen, zweten of duizeligheid.

De vraag is daarom niet alleen:

Ben ik vaak bang?

Maar vooral:

Hoeveel invloed heeft angst inmiddels op hoe ik leef?

Wat zijn angstklachten?

Angst is in eerste instantie een normale menselijke reactie.

Wanneer je iets als bedreigend ervaart, maakt je lichaam zich klaar om te reageren. Je aandacht wordt scherper, je spieren kunnen zich aanspannen, je hartslag kan stijgen en je ademhaling kan veranderen.

Maar daarvoor hoeft er niet letterlijk gevaar voor je neus te staan.

Je kunt dezelfde reactie krijgen wanneer je verwacht dat er iets vervelends gaat gebeuren.

Bijvoorbeeld:

– voordat je een presentatie moet geven;
– wanneer je een lichamelijke sensatie voelt die je niet vertrouwt;
– wanneer iemand niet op je bericht reageert;
– wanneer je bang bent een fout te maken;
– wanneer je ergens naartoe moet waar je eerder paniek hebt ervaren;
– wanneer je ’s avonds in bed allerlei mogelijke scenario’s doorloopt.

Volgens de actuele NHG-richtlijn kunnen angstklachten zowel realistische als overmatige angst omvatten. Ze hangen vaak samen met situaties of zorgen die iemand als bedreigend ervaart op belangrijke levensgebieden, zoals gezondheid, werk, relaties of gezin. Er bestaat bovendien geen messcherpe grens tussen angstklachten en een angststoornis.

Wanneer wordt normale angst een angstklacht?

Daar bestaat dus geen harde grens voor.

Je hoeft bovendien niet aan de criteria van een angststoornis te voldoen voordat angst vervelend genoeg is om er iets mee te willen.

Je kunt jezelf bijvoorbeeld afvragen:

– Hoe vaak ben ik ermee bezig?
– Hoe intens is de angst?
– Hoe lang speelt dit al?
– Kan ik de angst weer loslaten?
– Beïnvloedt het mijn werk, studie, relaties of vrije tijd?
– Laat ik dingen vanwege mijn angst?
– Ben ik mijn leven steeds meer rondom mijn angst aan het organiseren?

De NHG maakt onderscheid tussen angstklachten en een angststoornis. Bij een angststoornis is sprake van overmatige angst die gepaard gaat met aanhoudend lijden en/of problemen in het sociale of dagelijkse functioneren. Vermijding en ander gedrag om angst te verminderen komen daarbij vaak voor.

Hoe kunnen angstklachten eruitzien?

Angst zit niet alleen in je gedachten.

Het kan zich op allerlei manieren laten zien.

In je hoofd:

– veel piekeren;
– voortdurend bedenken wat er mis kan gaan;
– moeilijk kunnen stoppen met nadenken;
– bang zijn de controle te verliezen;
– achteraf gesprekken blijven analyseren;
– snel denken dat lichamelijke klachten iets ernstigs betekenen;
– steeds bevestiging nodig hebben dat iets goed zit.

In je lichaam:

– hartkloppingen;
– een gejaagd of gespannen gevoel;
– benauwdheid;
– zweten;
– trillen;
– duizeligheid;
– misselijkheid;
– gespannen spieren;
– slaapproblemen;
– onrust in je buik.

In je gedrag:

– situaties vermijden;
– afspraken afzeggen;
– bepaalde plekken niet meer bezoeken;
– alleen ergens naartoe durven wanneer iemand meegaat;
– voortdurend controleren;
– steeds informatie opzoeken om jezelf gerust te stellen;
– dingen eindeloos voorbereiden;
– regelmatig bevestiging vragen aan anderen.

Juist dat laatste wordt gemakkelijk gemist.

Je hoeft namelijk niet voortdurend doodsbang te zijn om toch behoorlijk door angst gestuurd te worden.

Vermijding kan angst ongemerkt in stand houden

Stel dat je een keer een paniekaanval hebt gehad in een drukke winkel.

De volgende keer denk je:

Ik ga vandaag maar niet.

Je voelt onmiddellijk opluchting.

En precies daarin kan een belangrijk mechanisme zitten.

Doordat je niet gaat, krijg je niet de mogelijkheid om te ervaren dat je de situatie misschien wél aankunt. Bovendien kan je brein als het ware leren:

Gelukkig ben ik niet gegaan. Blijkbaar was die winkel inderdaad iets waarvoor ik moest oppassen.

De volgende keer kan gaan daardoor nog moeilijker worden.

Hetzelfde kan gebeuren bij sociale situaties, autorijden, presenteren, lichamelijke sensaties, fouten maken, alleen thuis zijn of allerlei andere situaties.

Vermijding en angstreducerend gedrag worden in de actuele Nederlandse richtlijn dan ook expliciet genoemd als factoren die bij angst onderzocht en behandeld moeten worden. CGT en gedragstherapeutische technieken, waaronder exposure, behoren tot de belangrijkste bewezen behandelinterventies bij angststoornissen.

Maar ik vermijd helemaal niets

Vermijding is niet altijd zo zichtbaar.

Misschien ga je wél naar dat feestje, maar drink je eerst alcohol omdat je anders niet durft.

Je geeft die presentatie, maar schrijft ieder woord volledig uit.

Je gaat naar de supermarkt, maar alleen wanneer je partner meegaat.

Je belt iemand, maar oefent het gesprek eerst tien keer in je hoofd.

Je gaat naar je werk, maar controleert iedere mail drie keer voordat je hem verstuurt.

Je vraagt steeds aan iemand:

Denk jij dat dit normaal is?

Dat soort strategieën kunnen je op korte termijn geruststellen.

Maar wanneer je ze steeds nodig hebt om iets te durven, kunnen ze er ook voor zorgen dat je niet ontdekt:

Misschien kan ik dit eigenlijk beter aan dan ik denk.

Angst kan ook voelen als voortdurende spanning

Niet iedereen denkt:

Ik ben bang.

Sommige mensen zeggen eerder:

Ik sta altijd aan.

Ik kan nooit ontspannen.

Mijn hoofd stopt niet.

Ik voel voortdurend onrust.

Ik weet niet eens waar ik bang voor ben.

Dat kan bij angst passen.

Maar voortdurende spanning kan ook voorkomen bij bijvoorbeeld langdurige stress, overspanning, depressieve klachten, trauma-gerelateerde klachten, slaapproblemen of lichamelijke problemen.

De NHG adviseert daarom bij het onderzoeken van angst niet alleen naar de emotie angst te kijken, maar ook naar lichamelijke, cognitieve, gedragsmatige en sociale aspecten en naar andere mogelijke psychische en lichamelijke verklaringen.

Eén symptoom vertelt dus nog niet wat er met je aan de hand is.

Waarom blijft angst bestaan terwijl ik weet dat het niet logisch is?

Dit is voor veel mensen ontzettend frustrerend.

Je kunt rationeel heel goed weten:

De kans dat dit gebeurt is heel klein.

En tóch bang zijn.

Dat komt doordat angst niet uitsluitend ontstaat uit een bewuste, rationele afweging.

Gedachten, lichamelijke sensaties, aandacht, verwachtingen, eerdere ervaringen en gedrag kunnen elkaar beïnvloeden.

Stel dat je hart ineens sneller klopt.

Je denkt:

Wat gebeurt hier?

Je aandacht gaat naar je hart.

Je schrikt.

Daardoor neemt je lichamelijke spanning toe.

Je hart gaat nog sneller.

En vervolgens denk je:

Zie je wel. Er is echt iets mis.

Er ontstaat zo een zichzelf versterkende cirkel.

Bij iemand anders draait die cirkel niet om lichamelijke sensaties, maar bijvoorbeeld om sociale beoordeling, controle, fouten maken, verantwoordelijkheid of onzekerheid.

Kunnen eerdere ervaringen invloed hebben op angst?

Ja.

Soms heeft angst een heel begrijpelijke geschiedenis.

Misschien ben je vroeger veel bekritiseerd en ben je nu buitengewoon alert op afwijzing.

Misschien heb je iets ingrijpends meegemaakt en merk je dat bepaalde situaties, beelden, geluiden of lichamelijke sensaties nog steeds een sterke reactie oproepen.

Misschien heb je langdurig in een onvoorspelbare situatie geleefd en heb je geleerd voortdurend te controleren wat er om je heen gebeurt.

Misschien is er sprake geweest van verlies, ziekte of een andere periode waarin je je langere tijd onveilig of machteloos hebt gevoeld.

Maar ook hier is nuance belangrijk.

Niet iedere angstklacht komt door trauma. Niet iedere sociale angst komt door hechting. En niet ieder patroon hoeft teruggebracht te worden naar je jeugd.

We kijken naar wat bij jou daadwerkelijk een rol speelt.

Hoe weet ik of ik een angststoornis heb?

Dat kun je niet betrouwbaar vaststellen met een online lijstje.

Er bestaan verschillende angststoornissen, waaronder de gegeneraliseerde angststoornis, paniekstoornis, sociale-angststoornis, agorafobie en specifieke fobieën. Daarnaast kan angst voorkomen bij andere psychische of lichamelijke problemen.

Bij een gegeneraliseerde angststoornis staat bijvoorbeeld langdurige en moeilijk controleerbare bezorgdheid over allerlei dagelijkse onderwerpen centraal. Bij een paniekstoornis gaat het juist om terugkerende onverwachte paniekaanvallen en angst voor nieuwe aanvallen. Bij agorafobie speelt angst voor situaties waaruit ontsnappen of hulp krijgen moeilijk lijkt een belangrijke rol.

Er is daarom een belangrijk verschil tussen:

“Ik herken angstklachten bij mezelf.”

en:

“Ik heb een angststoornis.”

Voor dat laatste is diagnostiek nodig.

Wat kun je zelf onderzoeken?

Je hoeft niet onmiddellijk te proberen je angst weg te krijgen.

Begin eens met nieuwsgierig kijken.

– Wanneer merk ik mijn angst het sterkst?
– Wat gebeurt er vlak daarvoor?
– Wat denk ik dat er zou kunnen gebeuren?
– Wat voel ik vervolgens in mijn lichaam?
– Wat doe ik wanneer ik die angst voel?
– Vermijd ik bepaalde situaties?
– Doe ik dingen om mezelf voortdurend gerust te stellen?
– Controleer ik veel?
– Hoeveel tijd besteed ik aan piekeren?
– Wat zou ik anders doen als angst een maand lang minder bepalend was?

Die laatste vraag is interessant.

Want uiteindelijk gaat het niet alleen om hoeveel angst je voelt, maar ook om hoeveel ruimte angst inneemt in je leven.

Moet ik mijn angst proberen weg te krijgen?

Niet noodzakelijk.

Dat klinkt misschien vreemd. Natuurlijk wil je minder angst wanneer je er veel last van hebt.

Maar wanneer je leven steeds meer georganiseerd raakt rondom:

Ik mag geen angst voelen.

kan juist het bestrijden van angst enorm veel ruimte gaan innemen.

Je controleert.

Vermijdt.

Analyseert.

Zoekt geruststelling.

Probeert gedachten weg te drukken.

En bent voortdurend aan het beoordelen of je je al beter voelt.

Vanuit Acceptance and Commitment Therapy (ACT) kunnen we daarom kijken naar psychologische flexibiliteit: kun je ruimte leren maken voor moeilijke gedachten en gevoelens zonder dat ze volledig bepalen wat je doet?

Dat betekent niet dat je angst maar moet accepteren en er niets aan hoeft te veranderen.

Het betekent dat we onderscheid maken tussen:

angst voelen

en:

je leven door angst laten besturen.

Wel is een belangrijke wetenschappelijke nuance dat ACT op dit moment niet dezelfde plaats heeft in de Nederlandse behandelrichtlijn voor angststoornissen als CGT. In de actuele NHG-richtlijn wordt het bewijs specifiek voor ACT bij angststoornissen als onzeker en van zeer lage kwaliteit beoordeeld, terwijl voor CGT aanzienlijk steviger bewijs bestaat.

Wanneer is professionele hulp verstandig?

Je hoeft niet te wachten totdat je klachten ernstig genoeg zijn voor een diagnose.

Hulp kan verstandig zijn wanneer:

– angst steeds vaker aanwezig is;
– je veel tijd kwijt bent aan piekeren;
– je situaties begint te vermijden;
– je wereld kleiner wordt;
– je steeds meer geruststelling of controle nodig hebt;
– je slaap, werk, studie of relaties eronder lijden;
– je regelmatig paniekaanvallen hebt;
– lichamelijke angstverschijnselen je sterk bezighouden;
– je zelf niet meer goed weet hoe je uit het patroon komt.

Bij angstklachten kan ondersteuning, psycho-educatie en therapie passend zijn.

Wanneer er mogelijk sprake is van een angststoornis, je sterk beperkt raakt, er complexe bijkomende problematiek speelt of diagnostiek nodig is, is de huisarts een belangrijke eerste stap. Die kan beoordelen of ondersteuning vanuit de huisartsenzorg passend is of dat verwijzing naar de GGZ nodig is.

De NHG-richtlijn Angst is in september 2025 opnieuw aangepast. Bij angststoornissen bestaat het behandelstappenplan nu na voorlichting en psycho-educatie uit cognitief-gedragstherapeutische technieken of verwijzing voor CGT. Medicatie komt zo nodig daarna in beeld.

Hoe kan therapie helpen bij angstklachten?

Dat hangt af van wat jouw angst veroorzaakt en in stand houdt.

Daarom vind ik het belangrijk om niet vooraf één therapeutische methode over iedere angstklacht heen te leggen.

We kunnen vanuit verschillende invalshoeken werken.

Gedrag en vermijding

We onderzoeken welke situaties je uit de weg gaat, welk veiligheidsgedrag je gebruikt en wat je daardoor misschien niet meer durft of doet.

Gedragsmatige interventies en exposure kunnen dan passend zijn. Daarbij ga je niet zomaar het diepe in. We onderzoeken stap voor stap wat je verwacht dat er zal gebeuren en wat je ervaart wanneer je het vermeden gedrag weer aangaat.

Gedachten en emoties

Waar ben je eigenlijk bang voor?

Afwijzing?

Controle verliezen?

Ziek worden?

Fouten maken?

Iemand teleurstellen?

Niet goed genoeg zijn?

Soms helpt het om gedachten kritisch te onderzoeken. Soms is juist het voortdurend proberen zekerheid te krijgen onderdeel van het probleem.

Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

Met ACT kunnen we onderzoeken hoe je omgaat met angstige gedachten en gevoelens.

Niet alleen:

Hoe krijg ik dit gevoel weg?

Maar ook:

Wat wil ik doen wanneer angst niet langer aan het stuur zit?

Daarbij kunnen we werken aan het anders omgaan met gedachten, het toelaten van ongemakkelijke emoties en het maken van keuzes die passen bij wat voor jou belangrijk is.

Lichaamsgericht werken

Wanneer angst sterk lichamelijk wordt ervaren, kunnen we aandacht besteden aan het herkennen van lichamelijke signalen.

Niet ieder verhoogd hartritme hoeft onmiddellijk naar beneden.

Niet iedere spanning hoeft direct opgelost.

Soms is juist leren ervaren:

Dit voelt heel onaangenaam, maar ik kan dit verdragen.

een belangrijke stap.

Gedrags- en emotionele patronen

Soms kijken we breder naar patronen die angst in stand houden.

Bijvoorbeeld perfectionisme, controle, voortdurend verantwoordelijkheid nemen, pleasen, jezelf aanpassen of moeite hebben met grenzen.

Dan gaat therapie niet alleen over die ene angstige situatie, maar ook over het patroon eromheen.

Systemisch en hechtingsgericht werken

Soms spelen relaties en eerdere ervaringen een belangrijke rol.

Hoe heb je geleerd om met spanning om te gaan?

Hoe veilig voelde het om fouten te maken?

Hoe werd er thuis gereageerd op emoties?

Welke rol neem jij gemakkelijk in relaties?

Niet om overal een jeugdverklaring van te maken, maar omdat sommige patronen pas begrijpelijk worden wanneer we ook kijken naar de context waarin ze zijn ontstaan.

Verlies- en rouwtherapie

Angstklachten kunnen ook ontstaan of toenemen na verlies, ziekte of grote veranderingen.

De NHG noemt expliciet dat angstklachten na verlieservaringen of chronische ziekte samen kunnen hangen met de verwerking en gevolgen daarvan.

Dan kan het belangrijk zijn om niet alleen de angst te behandelen, maar ook ruimte te maken voor wat verloren is gegaan.

En wanneer kan EMDR helpen?

EMDR kan relevant zijn wanneer angst duidelijk verbonden is met een belastende of ingrijpende ervaring.

Niet iedere angstklacht vraagt om EMDR.

Stel dat je na een ernstig auto-ongeluk angstig bent geworden in de auto. Of dat een medische gebeurtenis ervoor heeft gezorgd dat bepaalde lichamelijke sensaties onmiddellijk heftige angst oproepen. Of dat een eerdere ervaring nog steeds beelden, herinneringen of sterke lichamelijke reacties oproept.

Dan kunnen we onderzoeken of zo’n herinnering nog zoveel emotionele lading heeft dat verwerking daarvan onderdeel van de behandeling zou kunnen zijn.

Bij PTSS heeft traumagerichte behandeling, waaronder EMDR, een duidelijke plaats. Bij gewone angstklachten of andere angststoornissen is EMDR niet automatisch de aangewezen behandeling. De keuze voor een interventie moet dus volgen uit wat de angst bij jou in stand houdt, niet uit het feit dat een bepaalde therapievorm beschikbaar is.

Het doel is niet een leven zonder angst

Dat bestaat waarschijnlijk niet.

En angst heeft ook een functie.

Het waarschuwt je voor gevaar, helpt je opletten en zorgt ervoor dat je kunt reageren wanneer dat nodig is.

Het probleem ontstaat wanneer angst zoveel invloed krijgt dat je je leven eromheen gaat organiseren.

Dan wordt de belangrijkste vraag uiteindelijk niet:

Hoe zorg ik ervoor dat ik nooit meer bang ben?

Maar:

Hoe zorg ik ervoor dat angst niet langer bepaalt hoe groot mijn wereld mag zijn?

Hulp bij angstklachten in Enschede

Wanneer je merkt dat angst, piekeren, spanning of vermijding steeds meer ruimte inneemt, kunnen we samen onderzoeken wat er gebeurt en waardoor het patroon wordt onderhouden.

Afhankelijk van je hulpvraag kunnen daarbij verschillende invalshoeken en interventies worden gebruikt, waaronder ACT, gedragsinterventies en exposure, emotiegericht en lichaamsgericht werken, systemisch en hechtingsgericht werken, verlies- en rouwtherapie en, wanneer daar een passende aanleiding voor is, EMDR.

Wanneer je klachten vragen om diagnostiek of gespecialiseerde behandeling binnen de GGZ, zal ik dat ook met je bespreken.

Je hoeft dus niet eerst zelf uit te zoeken welke therapievorm je nodig hebt. We beginnen bij wat jij ervaart en kijken van daaruit wat passend is.

Twijfel je of therapie aansluit bij jouw klachten? Dan kun je eerst vrijblijvend kennismaken.

Lees meer

– Waarom ben ik voortdurend gespannen terwijl er niets aan de hand is?
– Kun je angst hebben zonder paniekaanvallen?
– Waarom blijf ik piekeren terwijl ik weet dat het niets oplost?
– Waarom wordt angst erger als ik dingen ga vermijden?
– Wanneer moet ik hulp zoeken voor angst?

Stuur een mailtje
Bel naar 06 41291834

Ben je niet tevreden? Klik hier